Moeten schuldeisers gehoord worden over het salaris van de curator?
De strekking van het arrest
De strekking van deze beschikking is dat de Europese herstructureringsrichtlijn lidstaten niet verplicht om de gefailleerde en de schuldeisers te horen voordat de rechtbank het salaris van de curator vaststelt. Artikel 71 Fw hoeft daarvoor dus niet anders te worden uitgelegd.
De rechtsregel
Artikel 27 lid 4 van Richtlijn (EU) 2019/1023 verplicht de lidstaten niet tot een procedure waarin de gefailleerde en de schuldeisers moeten worden gehoord over de vaststelling van het salaris van de curator.
Waarom dit voor jou uitmaakt
Het salaris van de curator komt als boedelschuld vóór alle gewone schuldeisers uit de boedel. Wie meent dat daar te veel aan opgaat, heeft geen recht om daarover gehoord te worden bij de vaststelling. De weg loopt via de rechter-commissaris en het toezicht, niet via een eigen stem in die beschikking.
Wat de Rechtspraak er zelf over zegt
Faillissementsrecht. Vaststelling voorschot op salaris curator (art. 71 lid 1 Fw). Verplicht art. 27 lid 4 Richtlijn (EU) 2019/1023 tot horen van gefailleerde en schuldeisers?
Inhoudsindicatie bij ECLI:NL:HR:2026:662
- Zaaknummer
- 25/01965
- Procedure
- Cassatie
- Conclusie A-G
- ECLI:NL:PHR:2026:151
Rechtspraak ontwikkelt zich. Latere uitspraken kunnen deze regel aanvullen of nuanceren, en de toepassing hangt af van de omstandigheden van het geval. Voor een concrete zaak zijn het originele arrest en een advocaat leidend. Samenvatting van Faillissementscheck, geen juridisch advies.
Verder lezen
Mag een gefailleerde in bewaring contactbeperkingen opgelegd krijgen?De strekking van deze beschikking, gegeven op vordering tot cassatie in het belang der wet, is dat er geen wettelijke grondslag bestaat om een gefailleerde die in verzekerde bewaring is gesteld te verbieden contact te hebben met anderen dan zijn advocaat, de curator en de rechter-commissaris.Mag een bank binnengekomen betalingen verrekenen als zij daarna nog uitgaande betalingen deed?De strekking van dit arrest is dat een bank die niet meer te goeder trouw is in de zin van artikel 54 Fw, zich niet op verrekening mag beroepen ten aanzien van betalingen die daarna op de rekening binnenkomen. Dat zij na dat peilmoment ook nog uitgaande betalingen heeft uitgevoerd, levert geen uitzondering op.Bron: open data van de Rechtspraak. Uitspraaktekst © Raad voor de Rechtspraak, hergebruikt met bronvermelding. Zie ook bronnen en werkwijze.